
Gebundelde kennis voor infectieziektebestrijding
‘Voordelen van nauwe samenwerking zijn evident’
Er zijn ruim vijftig infectieziekten die zo risicovol worden geacht voor de volksgezondheid, dat het direct bij een GGD gemeld moet worden als er een besmetting is vastgesteld. In de afgelopen jaren waren dat in onze regio zevenhonderd tot achthonderd individuele gevallen per jaar. Dat het grote publiek daar vaak zo weinig over hoort, komt onder andere door een effectieve infectieziektebestrijding. Hiervoor werken het Regionaal Laboratorium Microbiologie (RLM) en de GGD Zuid-Holland Zuid nauw samen. Een goed voorbeeld van de meerwaarde van samenwerking

Inge Huijskens is arts-microbioloog bij het Regionaal Laboratorium Medische Microbiologie (RLM). Het RLM onderzoekt niet alleen testmonsters, maar geeft ook voorlichting (bijvoorbeeld aan huisartsen) en denkt mee in uiteenlopende casussen.
Inge: ‘Als een arts een infectie vermoedt, krijgen wij van die patiënt urine, feces of een bloedmonster. Dat zetten wij op kweek om te zien welk micro-organisme de infectie veroorzaakt, dat kan een virus, een schimmel of een bacterie zijn. Dat is belangrijk, want de behandeling ervan verschilt. Hierdoor hebben we veelvuldig contact met ziekenhuizen, verpleeghuizen, huisartsen, verloskundigen. En natuurlijk met de GGD, zeker als het gaat om een infectieziekte met een meldingsplicht. Dat betreft vaak individuele gevallen. Maar we kijken ook mee als er een uitbraak is van diarree of van de ziekenhuisbacterie (MRSA). Door op microscopisch of zelfs moleculair niveau te kijken wat er aan de hand is, kunnen er passende maatregelen worden genomen. Vaak kunnen wij de oorzaak en de bron van een uitbraak achterhalen, zodat verdere verspreiding voorkomen kan worden.’
Twee belangrijke thema’s
Inge: ‘We hebben nauw contact met de afdeling infectieziektebestrijding (IZB) en het Centrum Seksuele Gezondheid van de GGD. Samen geven we voorlichting aan bijvoorbeeld huisartsen, maar ook aan elkaar. We delen signalen, trends en actuele zaken, zodat we steeds precies weten waarvoor we bij elkaar terecht kunnen. Dat doen we ook met andere partijen, regionaal, bovenregionaal en landelijk. Hoe houden we de regio gezond? Wat doet klimaatverandering met ziektes en ziekteverspreiding? Hoe winnen we het vertrouwen van inwoners terug, zodat ze zich weer laten vaccineren? Dat zijn vraagstukken waar we het met elkaar over hebben. Daarnaast zijn pandemische paraatheid en resistentie twee belangrijke thema’s waar we samen met de GGD nauw bij betrokken zijn, onder andere via het Infectiepreventie & Antimicrobiële Resistentie Zorgnetwerk Zuidwest-Nederland. Als bacteriën resistent worden voor antibiotica, is dat een wereldwijde bedreiging voor de volksgezondheid. En dat we te maken gaan krijgen met meer pandemieën is in onze ogen onvermijdelijk, onder andere doordat mensen zo gemakkelijk reizen. We zien nu al uitbraken waarvan we dachten die nooit meer te zullen zien, zoals die van mazelen.’

Raissa Tjon-Kon-Fat is arts Maatschappij en Gezondheid bij de afdeling Infectieziektebestrijding van de GGD Zuid-Holland Zuid en werkt bijna dagelijks nauw samen met het RLM.
Raïssa: ‘Er zijn wel zes verschillende niveaus waarop onze samenwerking met het RLM vorm krijgt. Allereerst in de directe zorg voor cliënten/patiënten. Het RLM onderzoekt de testen die het van huisartsen en ziekenhuizen krijgt. Is een test positief en valt de infectieziekte in de meldingsplichtige categorie, dan horen wij dat direct. Daarnaast krijgt het RLM rechtstreekse testen van ons via reizigerszorg of het Centrum voor Seksuele Gezondheid. Vaak bespreken we samen de uitslag en overleggen we hoe we een dergelijk geval kunnen aanpakken. Ook overleggen we intensief over grotere thema’s zoals resistentie (zie hierboven) en pandemische paraatheid. Ten slotte trekken we samen op in de regionale samenwerking met de zorgnetwerken rond onder andere ziekenhuizen en verpleeghuizen. Dan gaat het vaak over infectiepreventie. Daarin zijn nog wel wat grijze gebieden en het is dus belangrijk dat we het steeds goed doorspreken. De informatievoorziening en kennisoverdracht aan huisartsen en anderen betrokken via de uitgave van de nieuwsbrief Inf(ecti)oscoop is eveneens een gezamenlijke activiteit.’
Samen sterker
Raïssa: ‘De samenwerking heeft zich in de loop van de jaren voortdurend uitgebreid. Met name op het gebied van wetenschappelijk onderzoek en gezamenlijke projecten. Zo hebben we recent samen een onderzoek afgerond om meer inzicht te krijgen in hoe vaak infectieziekten voorkomen op kinderdagverblijven. Daaruit bleek dat het lastig is om een toepasbare meetmethode te vinden. Een andere activiteit is die rond pandemische paraatheid. Sinds kort houden we met elkaar crisisoefeningen om voorbereid te zijn op een onverwachte grote uitbraak van een infectieziekte, zoals corona. Zo delen we onze kennis, houden we de lijntjes kort en zien we waar op zulke cruciale momenten elkaars kracht ligt. De voordelen van deze nauwe samenwerking zijn evident. We kunnen sneller schakelen of opschalen. We kunnen mensen met een infectieziekte sneller helpen en met onze gebundelde kennis ook van een béter advies voorzien. En samen staan we sterker in de samenwerkingsverbanden in de regio.’