IZB: ‘Voorbereid zijn en de rust bewaren’
Nieuwe en bekende infectieziekten komen vaker voor in Nederland
Het was dit voorjaar even volop in het nieuws: passagiers op een cruiseschip besmet met het hantavirus. Ook in Nederland werden patiënten opgevangen in gespecialiseerde centra zoals het Radboudumc en het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC). Voor de GGD Zuid-Holland Zuid was dit aanleiding om direct de nodige voorbereidingen op te starten, zelfs nog voordat zich in de regio besmettingen voordeden. ‘We stelden een team samen en werkten verschillende scenario’s uit’, vertelt Marijke Langenberg, arts maatschappij en gezondheid bij de afdeling Infectieziektebestrijding (IZB). ‘Dat is precies waar infectieziektebestrijding om draait: voorbereid zijn en de rust bewaren.’

Marijke Langenberg, arts Infectieziektebestrijding GGD ZHZ
‘Deze werkzaamheden beginnen vaak met een melding van een infectie door een huisarts, ziekenhuis of laboratorium,’ vertelt Marijke. ‘Samen met de betrokken organisaties onderzoeken we de situatie, beoordelen we de risico’s en bekijken we of er aanvullende maatregelen nodig zijn. Soms moeten ook de contacten van de patiënt in kaart worden gebracht en geïnformeerd. Niet iedere infectieziekte vereist dezelfde aanpak, daarom is het altijd maatwerk. Bij sommige infecties zijn er zelfs verschillende protocollen per leeftijdsgroep.’ Het doel is te voorkómen dat een enkele besmetting uitgroeit tot een grootschalige uitbraak. Dat vereist doortastend handelen en begint met tijdig signaleren. Daarom hebben zorgverleners bij (het vermoeden van) bepaalde infectieziekten de plicht dit te melden bij de GGD. ‘In zulke situaties kan er zelfs een uitzondering worden gemaakt op de gebruikelijke privacyregels,’ vertelt Marijke (zie foto hiernaast). ‘Omdat de volksgezondheid dan zwaarder weegt. Door snel en adequaat informatie te verzamelen en te delen kunnen we namelijk een uitbraak voorkomen.’
Scroll door ⬇︎
Een veranderend speelveld
Het werk van infectieziektebestrijding verandert voortdurend. ‘COVID-19 zorgde voor een totaal nieuwe werkelijkheid,’ stelt Marijke. ‘Daarna kwam het ‘apenpokkenvirus’ (mpox) en nu weer het hantavirus.’ Er zijn verschillende oorzaken voor het feit dat meer infectieziekten Nederland bereiken. Marijke licht dat toe. ‘Het internationale reisverkeer vergroot de kans dat reizigers infectieziekten mee naar huis nemen. Door de klimaatverandering wordt het hier warmer, waardoor bepaalde infectieziektes zich ook dichter bij huis kunnen verspreiden, zoals dengue (‘knokkelkoorts’) of chikungunya (een virusinfectie overgedragen door muggen). In Zuid-Europese landen zien we deze ontwikkelingen al.’ Daarnaast hebben we in Nederland te maken met een groeiende groep mensen die niet gevaccineerd wil worden en met vergrijzing, waardoor het aantal kwetsbare mensen toeneemt. Dit maakt dat het team IZB permanent alert moet zijn op zowel nieuwe als bekende infectieziekten. Want ook infectieziekten die lange tijd minder aanwezig waren, keren soms terug. ‘Zo vraagt mazelen opnieuw onze aandacht,’ zegt Marijke. ‘Net als schurft, dat weer vaker voorkomt en soms hele gezinnen, kinderopvanglocaties of zorginstellingen treft.’
IZB zoekt samenwerking
Het team infectiebestrijding van de GGD wil intensief samenwerken met professionals uit het zorgdomein en het sociaal domein in de regio. Bel dus gerust bij vragen of vermoedens. Als we met elkaar goed geïnformeerd zijn, kunnen we samen helpen uitbraken te voorkomen!
IZB doet méér
Veel mensen denken bij infectieziektebestrijding vooral aan het beperken van een uitbraak. Maar in de praktijk is het werk van de afdeling IZB veel breder. IZB geeft ook voorlichting, monitort gezondheidsrisico’s, geeft advies, doet volksgezondheidsonderzoek, voert bron- en contactonderzoek uit (als er besmettingen zijn) en doet inspecties op locaties die een ‘besmettingshaard’ kunnen zijn.
Samen verspreiding voorkomen
De bestrijding van infectieziekten is bij uitstek een gezamenlijke opgave. De GGD werkt hiervoor nauw samen met huisartsen, ziekenhuizen, microbiologen, laboratoria, gemeenten, de jeugdgezondheidszorg en het landelijke RIVM (lees hier meer). Een recent voorbeeld van zo’n samenwerking is het onderzoek naar vijf vrouwen met kraamvrouwenkoorts, een ernstige bacteriële infectie die dodelijk kan zijn. ‘We zijn twee maanden bezig geweest om de bron van deze infecties te achterhalen. Omdat de gevolgen ernstig kunnen zijn, moet je precies weten waar de bron zit om verdere verspreiding te voorkomen. We werkten hiervoor intensief samen met zorgprofessionals en microbiologen.’ Met gemeenten kijkt de afdeling vaak naar effectieve preventie. Door aanwezig te zijn in wijken en in gesprek te gaan met inwoners, ontstaat er beter zicht op vragen, zorgen en informatiebehoeften bij de inwoners en hun eventuele weerstanden tegen vaccinatie. Ook de jeugdgezondheidszorg is een belangrijke partner in het streven naar een hogere vaccinatiegraad. ‘Die ligt voor meerdere vaccinaties onder de gewenste norm,’ vertelt Marijke. ‘Dus die samenwerking is nu extra relevant. Een hoge vaccinatiegraad beschermt namelijk niet alleen individuen, maar helpt ook om grote uitbraken zoals van mazelen te voorkomen.’
Lessen uit corona
Sinds corona is er meer aandacht voor en is er meer geïnvesteerd in crisisvoorbereiding. Waar de aandacht vroeger vooral lag op het bestrijden van de infectie zelf, is er nu meer focus op regionale samenwerking en de continuïteit van de zorg. Wat gebeurt er met de capaciteit als veel zorgmedewerkers uitvallen? Welke gevolgen heeft een uitbraak voor de druk op de zorg? Zulke vragen worden tegenwoordig nadrukkelijker meegenomen in crisisplannen en -oefeningen. ‘Nu zulke plannen klaarliggen, kunnen we sneller schakelen als dit nodig is’, zegt Marijke. ‘Door regelmatig te oefenen weten we allemaal wat onze rol is bij een grote uitbraak of gezondheidscrisis.’ Volgens Marijke zit daarin misschien wel de belangrijkste les uit de coronatijd. ‘Niet iedere nieuwe infectieziekte is direct reden tot zorg, maar elke ontwikkeling vraagt wel om alertheid,’ stelt zij tot besluit. ‘De actualiteit rond het hantavirus laat zien hoe belangrijk het is dat organisaties elkaar weten te vinden en informatie kunnen delen, en dat de rollen duidelijk zijn. Door die voorbereiding kunnen we snel handelen wanneer dat nodig is, zonder onrust te veroorzaken.’