Nieuwe jurisdictie over ‘richtingbezwaar’ en vrijstelling
LVS volgt uitspraak Hoge Raad en ondersteunt ouders in zoektocht
Niet vaak worden onderwerpen uit de Leerplichtwet uitgebreid in de media bediscussieerd, maar de afgelopen jaren was het twee keer raak. Het ging om ouders die een vrijstelling van onderwijs willen voor hun kind vanwege een ‘richtingbezwaar’. In 2025 maakte het Openbaar Ministerie bekend dat het – bij gebrek aan duidelijke juridische kaders – niet meer zou vervolgen als ouders hun kind zonder vrijstelling tóch thuishouden. Vervolgens deed in april 2026 de Hoge Raad de historische uitspraak dat een vrijstelling op basis van het ‘richtingbezwaar’ niet van toepassing is als er openbaar onderwijs in de buurt is. Deze ontwikkeling betekent dit schooljaar werk aan de winkel voor LVS van de DG&J, gemeenten en andere betrokken partners.
#1
Hoe het was

In Nederland volgen kinderen vanaf 5 jaar wettelijk verplicht onderwijs op een school. De Leerplichtwet benoemt daarbij enkele vrijstellingen. Bijvoorbeeld als kinderen om psychische of lichamelijke redenen geen onderwijs kunnen volgen, of onderwijs in het buitenland volgen. Ouders kunnen ook een beroep doen op artikel 5 onder b van de Leerplichtwet voor een vrijstelling. Zij geven in dat geval aan dat zij op grond van geloofs- of levensovertuiging bezwaar hebben tegen de richting van het onderwijs op alle scholen in hun woonomgeving.
Het LVS toetst de bezwaren, waarna vrijstelling van rechtswege kan volgen. Zo’n vrijstelling moet ieder schooljaar opnieuw worden aangevraagd. Uit cijfers van LVS blijkt dat het aantal beroepen op artikel 5 onder b in vijf jaar is verdubbeld. Blijken na toetsing door LVS de bezwaren van de ouders onvoldoende gegrond te zijn en houden ouders hun kind toch thuis, dan ontstaat er absoluut verzuim. Dit is strafbaar; het OM kan tot vervolging overgaan. In het voorjaar van 2025 liet het OM weten dit soort vrijstellingszaken niet meer te zullen behandelen, vanwege onduidelijke juridische kaders (lees hier meer).
Scroll door ⬇︎
#2
Hoe het wordt

In het voorjaar van 2026 komt de Hoge Raad met een uitspraak. Zij stelt het recht op onderwijs voor kinderen, zoals dat is geregeld in het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, centraal. Dit recht mag niet ondergeschikt worden gemaakt aan de rechten van ouders. Dat is ook hoe de Leerplichtwet het beoogt: het belang van het kind staat voorop en ieder kind heeft recht op onderwijs en ontwikkeling. Dit recht wordt het beste gegarandeerd door samen met andere kinderen deel te nemen aan onderwijs binnen een schoolgemeenschap. Zo wordt bovendien voorkomen dat kinderen langdurig buiten beeld raken.
Niet meer van rechtswege
De Hoge Raad stelt ook dat in het openbaar onderwijs het godsdienstig, levensbeschouwelijk of maatschappelijk onderwijs voldoet aan de gewenste criteria en objectief, kritisch en pluralistisch wordt vormgegeven. Daarom kan vrijstelling op grond van richtingbezwaar niet meer zomaar van rechtswege ontstaan. Concreter geformuleerd: een vrijstelling met een beroep op artikel 5 onder b van de Leerplichtwet heeft voortaan weinig kans van slagen, zolang er een openbare school is in de onmiddellijke nabijheid van de woonplek van ouders. Dit is binnen zes kilometer voor het primair onderwijs, en binnen twintig kilometer voor het voortgezet onderwijs. Dit betekent ook dat het Openbaar Ministerie ‘absoluut verzuim’ weer zal vervolgen.
Werken aan wetgeving
In de politiek wordt gewerkt aan modernisering van de Leerplichtwet die in zijn huidige vorm dateert uit 1969. Daarin worden deze en andere ontwikkelingen meegenomen. Maar totdat deze wetgeving is afgerond, is de uitspraak van de Hoge Raad leidend.
#3
Het schooljaar 2026-2027

De uitspraak van de Hoge Raad heeft nogal wat gevolgen, bijvoorbeeld voor jongeren die op grond van eerdere vrijstellingen al langer geen onderwijs volgen op een school. De beroepsvereniging van leerplichtambtenaren Ingrado benadrukt de gezamenlijke verantwoordelijkheid van gemeenten, onderwijs en samenwerkingsverbanden, en een zorgvuldige overgang. Samen met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) heeft ze hiervoor een handreiking geschreven, ook om te zorgen dat alle gemeenten één lijn trekken.
In Zuid-Holland Zuid
In de regio Zuid-Holland Zuid volgen LVS van de DG&J en gemeenten de uitspraak van de Hoge Raad en het advies van Ingrado/VNG. Ouders die een beroep doen op artikel 5 onder b kunnen niet meer rekenen op een vrijstelling van rechtswege, omdat er altijd openbaar onderwijs in de buurt is. Zij zullen hun kind moeten inschrijven bij een onderwijsinstelling. Voor kinderen die al meerdere jaren niet zijn ingeschreven, kan de stap naar regulier onderwijs groot zijn. Samen met hun ouders zal gekeken worden hoe deelname aan onderwijs gerealiseerd kan worden. Daarvoor wordt er een 'overgangsjaar' in het leven geroepen. In dit schooljaar (2026-2027) hoeven de kinderen nog niet te worden ingeschreven, maar zoekt LVS samen met ouders, gemeente, samenwerkingsverbanden en ketenpartners (jeugdhulp, jeugdgezondheidszorg of lokale voorzieningen) naar een passende onderwijsroute voor het kind. Soms maakt toetsing daar deel van uit om het schoolniveau te kunnen beoordelen. Dit traject zal uiteindelijk moeten leiden tot inschrijving van het kind bij een onderwijsinstelling, zo snel als mogelijk is, maar uiterlijk in het schooljaar 2027-2028.
Plan en informatie volgen
In overleg met de gemeenten, scholen en ketenpartners stelt LVS een plan op om ouders actief te ondersteunen in deze overgang en hen te informeren en betrekken bij deze ontwikkelingen.