De uitdagingen van Veilig Thuis

‘Duurzame veiligheid bereik je alleen sámen’

De maatschappelijke aandacht voor huiselijk geweld en kindermishandeling is groot. Incidenten waarbij de veiligheid van kinderen of volwassenen onvoldoende gewaarborgd bleek te zijn, roepen vragen op over de rol van de betrokken organisaties. Ook Veilig Thuis ligt daarbij regelmatig onder een vergrootglas. Hoe kijkt Veilig Thuis daar zelf naar? Pria Gangapersadsing, Beleidsadviseur bij Veilig Thuis Zuid-Holland Zuid, vertelt over de uitdagingen waar de organisatie voor staat. ‘Veiligheid is zelden het vraagstuk van één organisatie,’ zegt ze. ‘Het gaat over samenwerking, over het juist inzetten van expertise en over het maken van scherpe keuzes in een systeem dat onder druk staat.’

Scroll door ⬇︎

Veilig Thuis verleent zelf geen hulp, maar zet haar specifieke expertise in om samen met uiteenlopende ketenpartners de veiligheid van volwassenen en kinderen te waarborgen. In de meeste gevallen gaat dit goed en hoort het grote publiek hier nooit iets over. ‘Er zijn zoveel situaties waarin wij als Veilig Thuis onze toegevoegde waarde kunnen tonen, en waarin we ook als keten allemaal die extra stap zetten, elkaar tegemoetkomen en elkaar versterken.’ Ter illustratie noemt ze de situatie van een meisje, dat verwond was geraakt. Politie, ambulancemedewerkers en later ook Veilig Thuis – iedereen vermoedde dat er meer speelde. Het meisje zelf wilde niet meewerken en ook de familie zei dat er niets aan de hand was. ‘Het was juridisch ingewikkeld voor de partners om informatie met ons te delen, waardoor er volgens de richtlijnen te weinig aanknopingspunten waren,’ vertelt Pria. ‘Toch bleven we samen onderzoeken en doorzetten totdat we zeker wisten dat het veilig was. Het ziekenhuis bood het meisje echter zo lang mogelijk bescherming; politie deed onderzoek; Veilig Thuis waakte over de veiligheid; het wijkteam reikte de familie de hand. En door ons allemaal zo te blijven inzetten en niet los te laten, werd – ondanks de beperkte handelingsruimte – ontdekt dat het meisje inderdaad gevaar liep. Uiteindelijk kon zij in veiligheid worden gebracht.’

Reflectie en evaluatie

Er gaat dus heel veel goed. De professionals van Veilig Thuis werken keihard, doen allemaal hun best, met de gezinnen altijd als basis. Gebeuren er onverhoopt toch ernstige incidenten, dan raakt dit hen ook. ‘Situaties waarin kinderen of volwassenen niet veilig blijken te zijn, zijn verdrietig en hebben impact op betrokkenen én professionals,’ vervolgt Pria. ‘Daarom is voortdurende reflectie noodzakelijk. Hebben we voldoende gezien? Is er goed geluisterd? Is er goed gehandeld? Ook de samenwerking met andere organisaties moet daarbij geëvalueerd worden. Hoe delen we signalen? Hoe pakken we samen de verantwoordelijkheden op en hoe zorgen we samen dat de juiste vervolgstappen worden gezet? Door te kijken naar het hele systeem zien we beter waar verbetering nodig is. Want veiligheid is afhankelijk van meerdere schakels. De ‘oplossing’ moet dus ook in die samenhang worden gezocht.’

Complicerende factoren

Soms staat die samenhang onder druk. Veel organisaties in de veiligheidsketen werken met beperkte middelen, met een tekort aan beschikbare hulpverlening en met wachtlijsten. Dat heeft gevolgen voor wat professionals kunnen en hoe snel passende hulp beschikbaar kan zijn. Daar zit spanning. ‘De kracht van Veilig Thuis ligt vooral in het beoordelen van de veiligheid bij vermoedens van huiselijk geweld en kindermishandeling’, schetst Pria. ‘Daarnaast hebben we een adviserende en verbindende rol, en onderzoeken we wat nodig is voor duurzaam herstel van een onveilige situatie.’ De vraag naar deze specifieke expertise van Veilig Thuis groeit en het is wenselijk dat ze haar expertise eerder bij casussen kan inzetten. Aan de andere kant zijn haar capaciteiten en mogelijkheden begrensd. ‘Dat is een ingewikkelde opgave,’ benadrukt Pria. ‘Veilig Thuis moet werken binnen de wettelijke taken en termijnen die er zijn, mét de wensen en de beperkingen die er óók zijn. Keuzes maken is daarom onvermijdelijk. Als Veilig Thuis het verschil moet maken op plekken waar de veiligheidsvraag het meest complex is, dan moet de veiligheidsketen zó georganiseerd zijn, dat andere organisaties hun rol kunnen pakken op de punten van hún expertise. De vragen moeten dus steeds zijn: welke partij kan op welk moment het beste bijdragen? En bij welke gezinnen of huishoudens is de specifieke expertise van Veilig Thuis dan echt nodig? En hoe werken we daarin het beste samen binnen de wettelijke taken en met de capaciteit die er beschikbaar is?’

Scroll door ⬇︎

Realistische haalbaarheid

Het ‘Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming’ dat vanaf volgend jaar landelijk wordt uitgerold, biedt hiervoor goede mogelijkheden. ‘De kern is dat de veiligheidsketen nóg beter wordt, met waar mogelijk minder versnippering en meer gezamenlijk optrekken rondom een casus,’ legt Pria uit. Niet kiezen tussen hulpverlening of bescherming, maar beide invalshoeken verbinden. Dat sluit goed aan bij wat wij als Veilig Thuis in de praktijk tegenkomen. Bij complexe veiligheidsvraagstukken is een gezamenlijke beoordeling nodig. Met oog voor veiligheid en hulp, en voor rechtsbescherming en de positie van de cliënten. Dat is niet altijd eenvoudig. Wet- en regelgeving kan bijvoorbeeld de informatie-uitwisseling tussen organisaties ingewikkeld maken. Het vraagt ook scherpe keuzes, landelijk en regionaal, om zo’n samenwerking realistisch haalbaar te maken.’

Bouwen aan gezamenlijke ervaring

In Zuid-Holland Zuid is er bij de betrokken organisaties in de zorg- en veiligheidsketen veel bereidheid om samen verder te bouwen en te zoeken naar een betere inrichting van de keten, ziet Pria. ‘Daarbij willen we conflicterende situaties niet uit de weg gaan. Want juist daarin wordt zichtbaar waar verantwoordelijkheden onduidelijk zijn en waar keuzes nodig zijn. Alleen zo kan de keten nog sterker worden.’ Ze concludeert: ‘Duurzame veiligheid voor de inwoners in onze regio vereist een sluitend systeem waarin signalen serieus worden genomen, expertise op het juiste moment wordt ingezet en organisaties samen blijven kijken naar wat nodig is voor kinderen, volwassenen en gezinnen. Dat vraagt weer om professionals die gezamenlijk verantwoordelijkheid nemen en elkaars expertise benutten. Maar het belangrijkste is dat we met elkaar blijven leren, van elkaar en van de praktijk: kijken naar wat wél goed gaat, wat werkt, dat delen en meenemen in onze gezamenlijke ervaring.’

Uit de praktijk: ‘Maatwerk en zoeken naar balans’

Al bijna tien jaar werkt gedragswetenschapper en orthopedagoog Jori Uildriks bij Veilig Thuis in Dordrecht. Zij ondersteunt collega’s onder andere bij het duiden van gedrag, het begrijpen van de ontwikkeling van kinderen en het bepalen van een passende aanpak.

Jori: ‘Ik help collega’s bijvoorbeeld om signalen beter te begrijpen, een (voorlopige) analyse te maken en een zorgvuldige aanpak te bepalen. Vaak moet binnen heel korte tijd op basis van heel beperkte informatie een juiste afweging worden gemaakt. Iedere situatie vraagt opnieuw om maatwerk, om het zoeken naar de balans. Daarin ligt voor mij de kern van het vak: ontdekken wat nodig is om de beweging naar een veilige situatie mogelijk te maken. Op welke manier je dit doet, is anders per situatie, per persoon, per moment. Het bepalen wat hierin wijsheid is, doen we bij Veilig Thuis samen. Soms is het passend om actief bij te springen of over te nemen, te informeren, te adviseren, te onderzoeken of te begrenzen. Maar soms juist ook om mensen het vertrouwen te durven geven. Dat vraagt geduld en sensitiviteit. Zo herinner ik mij een gesprek met een meisje van dertien. Zij had nog nooit met iemand over haar privésituatie gesproken. Toen het ijs eenmaal gebroken was, voelde ze opluchting en vroeg ze zelf om hulp. We hebben samen met haar ouders besproken hoe zij de situatie ervaarde. Voor hen was dat een eyeopener, waardoor ze wilden meewerken aan verandering.’

Sterke combinatie

Jori: ‘Dat zijn de momenten die mij voldoening geven. Als iemand de eigen situatie gaat inzien en er vertrouwen groeit, ontstaat er voorzichtig ruimte voor verandering. Maar dat proces is kwetsbaar. In situaties van bijvoorbeeld dwang, controle of langdurige onveiligheid is het een proces van lange adem. Die werkelijkheid schuurt soms met de termijnen en procedures die wij als Veilig Thuis horen te volgen. En soms is vervolghulpverlening niet direct beschikbaar en verliezen we het momentum in een gezin. Dat kan ontmoedigend zijn. Maar wat mij motiveert, is dat we als team in Zuid-Holland Zuid altijd oog houden voor de mens achter de melding. Natuurlijk werken we volgens afspraken en procedures, maar we blijven ook kijken naar wat iemand op dát moment nodig heeft. Het is een sterke combinatie van professionaliteit, betrokkenheid en oog voor de praktijk.’

Vond u dit een interessant artikel? Delen mag!