
Erik Kooijman van de Regionale Kenniswerkplaats Onbegrepen Gedrag
‘Begrip creëren is een belangrijk thema in al onze projecten’
Wat ooit begon als een expertiseteam is nu uitgegroeid tot een officiële Regionale Kenniswerkplaats Onbegrepen Gedrag (RKOG). Diverse instanties uit de regio komen hierin samen. Met concrete projecten willen ze een meer sluitende en integrale aanpak realiseren voor de groeiende en kwetsbare doelgroep van personen met onbegrepen gedrag. Erik Kooijman, Coördinator Team Toeleiding en Bemoeizorg, is hier ook bij betrokken. Hij beantwoordt vijf vragen over de kenniswerkplaats en de projecten.
1.
Waarom een kenniswerkplaats?
Erik: ‘Het Team Toeleiding en Bemoeizorg is al een samenwerkingsverband tussen de GGD Zuid-Holland Zuid en enkele lokale zorgorganisaties. Daarnaast was er een expertiseteam. De betrokken partijen hebben uiteenlopende definities van onbegrepen gedrag, verschillende visies en daardoor ook verschillende oplossingen. Intussen groeit het aantal meldingen van schrijnende situaties rondom personen met onbegrepen gedrag. We zien steeds duidelijker dat het bestaande zorgsysteem onvoldoende kan aansluiten bij deze doelgroep. De roep om maatwerk wordt groter, maar we zijn steeds minder in staat dat te kunnen leveren. Met de RKOG kunnen we nu gericht werken aan een meer integrale aanpak.’

Erik Kooijman, Coördinator Team Toeleiding en Bemoeizorg
2.
Wat hopen jullie te bereiken?
Erik: ‘Ons voornaamste doel is het realiseren van een gesloten vangnet voor mensen met onbegrepen gedrag. Met de RKOG creëren we een netwerk dat de samenwerking tussen formele en informele zorg kan versterken en verbreden. Hiermee willen we ook ondersteuning bieden aan mensen met onbegrepen gedrag en hun naasten. Door onze kennis en ervaring te bundelen krijgen we meer inzicht in de diversiteit van de doelgroep. We ontdekken hoe we onbegrepen gedrag beter kunnen voorkomen en welke acties helpen om grip te krijgen en houden. We hopen ook dat praktijkorganisaties die te maken hebben met mensen met onbegrepen gedrag ons weten te vinden als sparringpartner.’
3.
Wat is de aanpak?
Erik: ‘Binnen de kenniswerkplaats zijn we met een brede groep aan betrokken partijen. Zo brengen we onderzoek, beleid, onderwijs, ervaringsdeskundigheid en praktijk uit de verschillende domeinen (sociaal, zorg en veiligheid) samen. Eerst hebben we samen bepaald waar de belangrijkste hiaten zitten in het vangnet, wat urgent is en met welke acties we de grootste verbetering kunnen realiseren. Ook hebben we gekeken naar wat praktisch haalbaar is en wat duurzame oplossingen zijn. Vervolgens hebben we enkele specifieke projecten opgezet.’


4.
Welke projecten lopen er nu?
Erik: ‘Het bekendste project is dat van de Wijk GGD’ers. Dat was er al, maar dankzij de gerichte inzet is dit nu echt een succes (lees hier meer). Een tweede project is het wijkgerichte onderzoek ‘onbegrepen in de buurt’. Hiermee willen we inzicht krijgen in hoe een buurt met deze doelgroep omgaat, hoe we het begrip kunnen vergroten en handvatten kunnen bieden. ‘Begrip’ is een heel belangrijk thema in alle projecten. We hebben ook workshops voor mensen die werken met ouderen met een verstandelijke beperking. Zodat ze het – nu nog – onbegrepen gedrag herkennen. Daarnaast proberen we een hulpkaart te ontwikkelen, die personen met onbegrepen gedrag bij zich kunnen dragen. Zij kunnen dit indien nodig laten zien aan omstanders. Er staat op wat ze eventueel wel of niet moeten doen en met wie zo contact kunnen zoeken. Ten slotte willen we heel graag verschillende laagdrempelige time-out en logeervoorzieningen realiseren. Voorzieningen die óf in acute situaties rust kunnen geven óf waar mensen vroegtijdig gebruik van kunnen maken. De politie Dordrecht heeft recent aangegeven wellicht een locatie te hebben, dus dat is hoopvol.’
5.
Ben je tevreden tot nu toe?
Erik: ‘Ik denk zeker dat we de juiste dingen doen. We hebben namelijk ook een klankbordgroep van ervaringsdeskundigen; bij hen checken we voortdurend of wat we doen voldoende aansluit bij de noden. Of al onze plannen lukken en of het voldoende gaat zijn, zal pas op langere termijn duidelijk worden. Het is een project van de lange adem, met volop uitdagingen. Niet iedereen deelt dezelfde visie en prioriteiten, financiën en politiek kunnen weerbarstig zijn en het onderhouden van contacten kan soms lastig zijn bij het wisselen van functies. Maar we hebben nu fondsen voor de komende vijf jaar en we proberen in die tijd zover mogelijk te komen. Het scheelt dat we elkaar nu goed kennen en precies weten wie we waarvoor kunnen benaderen. Ik hoop in ieder geval dat onze inzet bijdraagt aan het de-stigmatiseren van mensen met onbegrepen gedrag.’