GGD onderzoekt mentale volksgezondheid in de regio nu en straks

De GGD Zuid-Holland Zuid werkt aan een regionale Volksgezondheid Toekomst Verkenning (rVTV). Het RIVM stelde in 2024 een landelijke Volksgezondheid Toekomst Verkenning op en deed daarin uitspraken over de trends en uitdagingen voor de nationale volksgezondheid tot aan 2050. Op basis daarvan kan nationaal beleid ontwikkeld worden. Deze regionale VTV van de GGD ZHZ richt zich op de volksgezondheid in onze eigen regio (lees hier het eerdere artikel). De rVTV heeft drie opgaven. Naast ‘gezondheidsverschillen en -achterstanden’ en ‘gezonde leefomgeving’ is dat de mentale volksgezondheid. Daarbij draait het om de vraag hoe het nu én in de toekomst gaat met de mentale volksgezondheid in onze regio. Cijfers, trends en verhalen worden onderzocht en geduid. Met als doel: inzichten vertalen naar realistische beleidsadviezen waarmee gemeenten daadwerkelijk verschil kunnen gaan maken.

De verhalen achter de cijfers

De onderzoekers Job Tamminga en Chrystel Luijendijk zitten samen in het opgaveteam mentale volksgezondheid en als zodanig ook in het kernteam van de rVTV. Chrystel verzamelt en duidt gegevens uit onder meer de landelijke VTV van het RIVM en de regionale gezondheidsmonitors van de GGD. Job kijkt vooral naar de kwalitatieve gegevens: de verhalen achter de cijfers. Want door cijfers, verhalen en regionale praktijkkennis te combineren, ontstaat er een basis voor breder beleid dat verder kijkt dan losse oplossingen. In een eerste stap bepaalde het team wat er moet worden verstaan onder mentale volksgezondheid en daarna welke vragen er beantwoord moesten worden in het onderzoek. De belangrijkste vragen zijn: hoe ontwikkelt de mentale volksgezondheid zich in onze regio? Wat wordt daarvan zichtbaar in de beschikbare data? En vooral: welke factoren hangen daarmee samen?

Onderzoek vanuit verschillende perspectieven

Het team kijkt vanuit verschillende perspectieven naar de mentale volksgezondheid in de regio. Daarbij staat de mentale gezondheid van inwoners niet op zichzelf; deze wordt beïnvloed door de maatschappelijke omstandigheden waarin mensen leven, leren, werken en wonen. Het team kijkt daarom onder meer naar factoren als bestaanszekerheid, werk en onderwijs, de woon- en leefomgeving en sociale relaties. Deze factoren hangen onderling samen en worden op hun beurt beïnvloed door bredere maatschappelijke ontwikkelingen, zoals individualisering, toenemende prestatiedruk en maatschappelijke versnelling. Dat sluit aan bij het rapport van de Raad voor Volksgezondheid & Samenleving van vorig jaar met als titel: ‘Op de rem! Voorbij de hypernerveuze samenleving’. De maatschappelijke context en de ontwikkelingen die daarin worden genoemd, vormen de basis voor de uiteindelijke rVTV en de daaruit voortvloeiende beleidsadviezen.

Voorbeelden van samenhang

De mentale gezondheid van jongvolwassen vrouwen in onze regio is een mooi voorbeeld van hoe de verschillende factoren samenhangen. Uit onderzoek blijkt dat deze groep minder gunstig scoort op verschillende indicatoren van mentale gezondheid. In onderzoekstermen is zo’n opvallend patroon in de data een ‘vindplek’: een signaal dat vraagt om verdere verkenning. Vervolgens wordt gekeken welke factoren mogelijk samenhangen met dit patroon. Daarbij spelen bijvoorbeeld bestaanszekerheid, sociale verwachtingen, prestatiedruk, opleiding, werk, wonen en sociale relaties een rol.

Juist door deze factoren in samenhang te bekijken ontstaat er een breder begrip van mentale gezondheid. Niet één afzonderlijke oorzaak verklaart waarom bepaalde groepen kwetsbaarder zijn; het is vaak een combinatie van omstandigheden die elkaar beïnvloeden en versterken. Vanuit deze benadering ligt de oplossing daarom niet alleen in het vergroten van de individuele weerbaarheid, maar ook in het creëren van omstandigheden waarin mensen voldoende zekerheid, steun, kansen en perspectief ervaren. Verbeteringen in mentale gezondheid worden vooral zichtbaar wanneer zowel individuele als maatschappelijke factoren aandacht krijgen.

Van onderzoek naar beleidsadvies

Het opgaveteam mentale volksgezondheid onderzoekt de huidige situatie en maakt een prognose voor de toekomst. Het doel is adviezen te formuleren waarmee de mentale volksgezondheid in de regio zo nodig verbeterd kan worden. De bevindingen worden tastbaar en bruikbaar gemaakt voor beleid.

De rVTV betrekt ook landelijke cijfers bij het eigen regionale onderzoek. Daarnaast kijkt het team naar inspirerende en beproefde aanpakken van elders, die hier het verschil zouden kunnen maken, zoals het initiatief ‘Housing First’. Mensen die dak- of thuisloos zijn krijgen eerst een woning en daarnaast intensieve, integrale ondersteuning bij hun verdere herstel. Een systemische aanpak die op veel vlakken tegelijk effect kan hebben. Ook inventariseert het team wat gemeenten nu al doen op het gebied van mentale volksgezondheid, méér dan het individuele aanbod van bijvoorbeeld de GGZ. Uiteindelijk wordt de rVTV via een website inzichtelijk gemaakt, met verwijzingen naar de achterliggende data. Zo kan het dienen als naslagwerk voor de hele regio.

Drie opgaven, één samenhangend beleid?

Uitgangspunt voor het onderzoeksteam is dat mentale gezondheid niet uitsluitend een individuele kwestie is. Wie wil begrijpen hoe het met inwoners gaat, moet ook kijken naar hun omgeving en naar de maatschappelijke ontwikkelingen die druk zetten op hun dagelijkse leven. Dat is bovendien de overlap met de andere opgaven binnen de rVTV. De drie opgaven worden weliswaar afzonderlijk onderzocht, maar de invloeden vanuit maatschappelijke en omgevingsfactoren zullen voor alle drie vergelijkbaar zijn. Daarom acht het onderzoeksteam het waardevol als er straks regionaal beleid wordt ontwikkeld waarmee meerdere vraagstukken tegelijk kunnen worden aangepakt. Beleid dus dat zich dus meer richt op verandering van systemen, dan op losse interventies. Omdat juist de balans en de samenhang tussen factoren kan bepalen of inwoners zich mentaal gezonder voelen.

Vond u dit een interessant artikel? Delen mag!